Onderhoud

Nadat alles is geïnstalleerd zorgt Paul Bols uiteraard ook voor de opvolging en onderhoud van uw installatie.
We zorgen bijvoorbeeld voor de verplichte keuring van de verwarmingsketel en stookolietanks (mazouttanks).

Controle van de verwarmingsketel

Het onderhoud van het centraal stooktoestel van uw verwarmingsinstallatie is een verplichting, zowel voor particulieren als bedrijven.
De onderhoudsregels zijn alleen van toepassing op centrale stooktoestellen (centrale verwarming).

Centrale stooktoestellen op gas (aardgas, butaan, propaan) moeten tweejaarlijks een onderhoudsbeurt krijgen.
Centrale stooktoestellen op stookolie (mazout) of vaste brandstof (hout, pellets, steenkool, …) moeten jaarlijks een onderhoudsbeurt krijgen.

De gebruiker van het centrale stooktoestel is verantwoordelijk voor het onderhoud. Bij huurwoningen moet dus de huurder het centrale stooktoestel laten onderhouden.

Controle van de stookolietank

Controle voor de stookolietank in gebruik genomen wordt

Elke tank voor stookolie (mazout) moet na de plaatsing, maar voor de ingebruikname gecontroleerd worden.

Als er in de stookolietank(s) bij uw woning 5000 liter of meer kan, dan moet u dat melden bij het college van burgemeester en schepenen van uw gemeente. Als er in totaal meer dan 20.000 liter in de tank(s) kan, dan moet u een milieuvergunning aanvragen voor de tank geplaatst wordt.

Controle als de stookolietank in gebruik is

Ook na ingebruikname moet u uw stookolietank regelmatig laten controleren. Hoe vaak dat moet, hangt af van het volume van de tank (onder of boven de 5000 liter), de plaatsing ervan (ondergronds of bovengronds) en de ligging (binnen of buiten de waterwingebieden en beschermingszones). Een ‘ondergrondse tank’ is een tank die in de grond is ingegraven. Een tank in een kelder is dus een ‘bovengrondse tank’.

Bij iedere controle of onderzoek stelt de erkende technicus of milieudeskundige een certificaat op voor de eigenaar.
Na de controle krijgt uw installatie een groene, oranje of rode dop of merkplaat.
Een groene dop of merkplaat betekent dat de tank voldoet aan de wettelijke bepalingen en verder mag worden gebruikt.
Een oranje dop of merkplaat betekent dat de tank niet voldoet aan de wettelijke bepalingen maar dat de vastgestelde gebreken geen aanleiding kunnen geven tot verontreiniging buiten de tank. De tank mag nog worden gevuld of bijgevuld tijdens een overgangsperiode van maximaal 6 maanden. De eigenaar of exploitant moet alle nodige maatregelen nemen om de tank opnieuw in goede staat te brengen. Voor het verstrijken van de overgangsperiode moet een erkende technicus opnieuw de opslaginstallatie controleren.
Een rode dop of merkplaat betekent dat de opslaginstallatie niet voldoet aan de wettelijke bepalingen. In zo’n geval is het verboden de opslagtank te vullen of te laten vullen. De eigenaar of exploitant moet alle nodige maatregelen nemen om de opslaginstallatie opnieuw in goede staat te brengen. Daarna moet een erkende technicus opnieuw de opslaginstallatie controleren.

  –  Sanitair  –  Verwarming  –  Onderhoud